Jaargang 37 (2017)
Nummer: 3
Artikel: 1

Pictogram

DT-37-3-1.pdf 491.01 KB 178 downloads

Ten geleide ...

Na een interessant en mooi themanummer over positieve psychologie heeft dit nummer van Dth, het derde van dit jaar, weer een regulier karakter. Met zoals u van ons gewend bent een keur aan bijdragen, die bij voorkeur vernieuwend of op z’n minst enigszins controversieel zijn. Controversieel, omdat ze niet altijd mainstream zijn.

Dit blijkt bijvoorbeeld uit de aandacht die we in dit nummer besteden aan Routine Outcome Monitoring (ROM). Niet omdat ROM zo nieuw is. Wie zich laat opleiden tot gedragstherapeut krijgt er al mee te maken bij zijn eerste N=1-casussen, waarin de registratie van de klacht of het probleem waarvoor de patiënt behandeling zoekt, en de voortgang die geboekt wordt in de vermindering daarvan, centraal staan. Maar ROM past ook uitstekend in de aloude directievetherapietraditie, die uitgaat van een pragmatische, doelgerichte aanpak: gebruikmaken van non-specifieke therapiefactoren om patiënten —gewone mensen als ze zijn— actief aan te zetten tot het doen van dingen die werken. Om vervolgens vast te kunnen stellen of de therapeutische aanpak werkt, is herhaald meten van de voortgang op de doelen van de behandeling wel een vereiste. Eigenlijk niets nieuws!

Evenmin is het iets nieuws dat directief therapeuten zich willen en durven vergelijken met de uitkomsten van hun collega’s. De beschrijving van een praktijkcasus, de aanpak en de uitkomsten ervan zijn namelijk een inspiratiebron bij het aanleren en verbeteren van de zorg die lezers van dit tijdschrift hun patiënten willen bieden. Benchmarken avant la lettre: jezelf vergelijken met het voorbeeld dat een gewaardeerde collega stelt.

Maar sinds het begin van dit jaar zijn ROM en benchmarken opeens controversieel! Nu blijkt iemand zich in het strijdperk te begeven wanneer hij aan de hand van min of meer positieve voorbeelden beschrijft wat ROM en benchmarken inhouden en hoe ze uitgevoerd kunnen worden. Als dit echter nodig is om ‘doen wat werkt’ onder de aandacht te brengen, doen wij als Dth dat uiteraard graag. De afgelopen maanden is het namelijk tamelijk mainstream geworden om te beweren dat ROM niet deugt en dat benchmarken helemaal niet kan. Eigenlijk willen we met de tegenkracht die we in dit nummer uitoefenen helemaal niet de polemiek aangaan, maar vooral de nuance aanbrengen. Dit kleurt de verschillende bijdragen in deze aflevering van Dth: zoeken naar enige nuance in het debat rond ROM en benchmarken, omdat we ervan overtuigd zijn dat een goede inzet van ROM en benchmarken een wezenlijke bijdrage levert aan steeds beter doen wat werkt. Want doen wat werkt, zo stelden we al in het eerste Dth-nummer van dit jaar, is het adagium van directieve therapie.

Dit nummer is echter geen themanummer. Het gaat over meer dan alleen over ROM en benchmarken. Zo beginnen we met een casus waaruit valt te leren. De casus betreft een gedragstherapeutische behandeling van een sterk gedragsgestoorde en agressieve patiënt, die eerder in het kader van de registratie tot gedragstherapeut is beschreven in een N=1-gevalsstudie. De casus wordt van commentaar voorzien door Arnold van Emmerik en Paul Rijnders. In deze casus wordt onder andere wekelijks het doelgedrag gemeten en geëvalueerd. Waar nodig leidt dit tot aanpassingen of een nieuwe fase in de behandeling. Maar er is meer interessants te lezen in deze casus, bijvoorbeeld hoe een verpleegkundig team effectief mediërend kan behandelen. Het artikel betreft een voorpublicatie van een hoofdstuk uit een dit najaar te verschijnen bloemlezing van gedragstherapeutische gevalsstudies.

We vervolgen het nummer met een (overigens elders reeds verschenen) bijdrage van Gert Westert en Diana Delnoij. Als relatieve buitenstaanders van de ggz laten zij hun licht schijnen over transparantie, meten van uitkomsten, en de moeilijkheden die daarbij (kunnen) optreden. Tegelijkertijd geven ze een aantal voorbeelden uit andere sectoren van de gezondheidszorg die laten zien hoe meten van uitkomsten een bijdrage kan leveren aan het verbeteren van de zorg. Is Meten en transparantie in de gezondheidszorg een kwestie van bloed, zweet en tranen?

Een bijdrage die bij de vorige aansluit is van de hand van Nienke van Sambeek, Kim de Jong, Liedeke Boekhorst, Marc Verbraak en Arnold van Emmerik: Feiten over ROM: Datastroom, privacy en benchmarken. De auteurs zijn betrokken bij een wetenschappelijke vereniging (de VGCt) en een beroepsvereniging (de NVGzP). Vanuit die hoedanigheid hebben zij het initiatief genomen om hun leden, en ook anderen, te informeren over ROM, over veiligheid van gegevens in het kader van benchmarken en over de privacy van patiënten. Hun doel was niet om bestaande problemen rondom veiligheid van ROM-gegevens en privacy weg te poetsen, maar evenmin om ze groter te maken dan ze zijn. Met een aantal FACT-sheets —die in dit nummer van Dth opnieuw gebundeld zijn — willen ze vooral zo veel mogelijk informatie geven.

Het laatste artikel van dit nummer is geschreven door Marsja Mulder, Monique Delforterie en Robbert Didden: Weet wat je kan: Ervaringen met psycho-educatie voor cliënten en hun naasten over leven met een lichte verstandelijke beperking. Dit artikel beschrijft de ontwikkeling van een psycho-educatiemodule voor mensen met een lichte verstandelijke beperking. Hoewel de module gaat over het omgaan met beperkingen, wordt op verzoek van de cliënten zelf ook veel aandacht besteed aan wat zij wél kunnen. De module komt in twee varianten: een papieren versie en een onlineversie.

We sluiten als gewoonlijk af met een boekrecensie. Nienke Keizers geeft haar mening over het boek Dialectische gedragstherapie in de praktijk van de hand van Sheri van Dijk.

Wij van Dth blijven graag steeds beter doen wat werkt. ROM en benchmarken kunnen daarbij bruikbare instrumenten zijn. Belangrijk is dat ze goed (door)ontwikkeld en toegepast worden. Ik wens u veel bruikbare inzichten en veel plezier bij het lezen van dit nummer.

Marc Verbraak Hoofdredacteur

Pictogram

DT-37-3-1.pdf 491.01 KB 178 downloads

Ten geleide ...