Jaargang 32 (2012)
Nummer: 3
Artikel: 1

Pictogram

DT-32-3-1.pdf 483.84 KB 130 downloads

Ten geleide ...

Voor u ligt het derde Dth-nummer van 2012. Met zoals u gewend bent afwisselende bijdragen. Martin Appelo opent dit nummer met een voorpublicatie van een hoofdstuk uit een nog te verschijnen boek. In deze bijdrage geeft hij de digitalisering van psychotherapie een nieuwe wending. E-mental health door je mentale gezondheid en ongezondheid voor te stellen als een bureaublad op je innerlijke computer. Maar de voorstelling alleen is niet voldoende; je moet er ook echt iets mee gaan doen, ook al is het in eerste instantie slechts een rol die je speelt. Martins bijdrage past perfect in de beste traditie van het werken met metaforen binnen de directieve therapie.

Peggy Bongers, Anita Jansen, Harilaos Papachristou, Chantal Nederkoorn en Remco Havermans beargumenteren waarom zij vinden dat cue exposure als interventie bij verslavingsproblematiek te vroeg bij het oud vuil is gezet. Evaluatie van deze interventie in wetenschappelijke studies leverde tot nu toe namelijk onvoldoende overtuigend bewijs op voor de effectiviteit van deze methode. De exposure werd echter onvoldoende volgens de principes van extinctie uitgevoerd, zo is hun bewering. Aan de hand van adviezen en tips hoe men de exposure op een doeltreffender manier vorm kan geven, bereiden zij de weg voor nader en meer gedegen onderzoek naar het effect van cue exposure voor.

Het behandelen van een negatief zelfbeeld door cliënten met verschillende typen psychische aandoeningen daarover na te laten denken en te laten schrijven, mag zich nog steeds verheugen in een grote mate van populariteit. Roos de Valk, Sandra van der Drift en Kees Korrelboom zetten de mogelijkheden tot het beïnvloeden van het zelfbeeld bij mensen met een psychotische kwetsbaarheid op een rij. Dat ze een zekere voorkeur voor een bepaalde methode hebben zal de trouwe lezer van dit blad niet verbazen. Tegelijkertijd zijn ze echter eerlijk genoeg om te erkennen dat ervaringen nog geen data zijn. Maar onderzoek begint wel met een goed idee dat het onderzoeken waard is.

De lezers van Dth kennen het blad als een tijdschrift dat veel waarde hecht aan beschrijvingen van, en reflectie op, behandelingen uit de dagelijkse praktijk. Het kan niet alleen maar wetenschappelijk onderzoek zijn wat u voorgeschoteld krijgt. Het onderzoek moet immers gevoed worden door de praktijk. Tegelijkertijd is het belangrijk om te kijken wat het onderzoek betekent voor de praktijk. Dat het dan in die praktijk soms wat anders loopt dan de wetenschappelijk bewezen interventie aangeeft, wordt beschreven door Melissa Blommers. Cliënten voeren soms een opdracht net wat anders uit dan de therapeut bedoeld heeft. Dat betekent niet automatisch dat het dan verkeerd afloopt. Integendeel.

Het spreken van een derde generatie is binnen zichzelf respecterende therapiestromingen reeds een bekend fenomeen. Ook binnen de directieve therapie kan inmiddels gesproken worden van een ‘derde generatie’. Als de eerste generatie de bouwers zijn geweest van de directieve therapie, en de tweede generatie de bewoners van het huis van de directieve therapie, dan treedt zo langzaam maar zeker een volgende generatie aan, die opgegroeid is in het huis van de directieve therapie. Daarmee verwijs ik in dit geval naar de nieuwe hoofdredactie van het tijdschrift. Zoals Kees Korrelboom al aankondigde in het vorige nummer, hebben Colin van der Heiden en ik de hoofdredactie van dit mooie tijdschrift overgenomen van Kees, Alfred en Kees. Colin neemt de rol van adjunct-hoofdredacteur op zich en ondergetekende de rol van hoofdredacteur. Hiermee treden we in de voetsporen van illustere voorgangers als Kees van der Velden, Alfred Lange en dus ook Kees Korrelboom. We —Colin en ik— doen dat samen omdat deze voetsporen zo groot zijn dat we erin treden alleen maar met z’n tweeën kunnen doen. Ik mag mijn visitekaartje afgeven met de publicatie van de in juni jongstleden uitgesproken inaugurele rede bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Gezondheidszorgpsychologie. Zoals dat officieel heet.

Colin is gelukkig meer van het Kort en Bondig, en introduceert in dit nummer een nieuwe Dth-rubriek. Hierin wordt kort een wetenschappelijk onderzoek samengevat en wordt stilgestaan bij wat de resultaten ervan betekenen voor de praktijk. Begint hij met de aanpassingsstoornis! Kennen we die nog? De minister van vws misschien niet, maar wij wel. De aanpassingsstoornis staat nog gewoon in de dsm en is het behandelen waard, zo laat Colin zien.

In deze aflevering staan twee columns. Michel Reinders schrijft over het mooie en dankbare werk van het overbruggingscontact zoals we dat kennen als een interventie voor een cliënt om de wachttijd op de wachtlijst door te komen. Mark van der Gaag bericht in zijn column over de rampspoed die ons nadert met de dsm-v. Wat nu?

Tot slot een drietal boekrecensies. Frank Kortman geeft zijn mening over een boek over traumaverwerking met vluchtelingen, en Renske Appelo-Wichers over een boek over het zelf dat belaagd wordt. Michel Reinders —opnieuw– geeft zijn mening over een boek dat een methode beschrijft hoe pijn te verdragen.

Kees Korrelboom schreef in het eerste nummer van Dth van dit jaar over een verbouwing. De verbouwing zit erop. We kunnen beginnen met het afwerken en inrichten van nieuwe edities van een toch zo vertrouwd tijdschrift.

Marc Verbraak

Hoofdredacteur

Pictogram

DT-32-3-1.pdf 483.84 KB 130 downloads

Ten geleide ...