Jaargang 31 (2011)
Nummer: 1
Artikel: 3

Icoon

DT-31-1-3.pdf 457.86 KB 0 downloads

Ten geleide ...

Welkom bij het eerste nummer van het jaar. Het is bijna een special issue te noemen. Met veel aandacht voor EMDR. Dat komt door het eerste artikel van Marcel van den Hout en Iris Engelhard en de reacties die het oproept. Volgens hen zijn de positieve effecten van EMDR op posttraumatische stresssymptomen te verklaren uit het feit dat de oogbewegingen het werkgeheugen belasten, waardoor de akelige beelden minder goed worden vastgehouden. Zij bevestigen deze aanname door middel van een aantal elegante experimenten. Hun resultaten laten zien dat oogbewegingen niet specifiek noodzakelijk zijn: andere taken die het werkgeheugen belasten hebben hetzelfde effect. En ook tonen zij aan dat de door EMDR-opleiders gepropageerde geluidstikjes onmogelijk invloed kunnen hebben op de symptomen. En ten slotte komt uit onderzoek naar voren dat de procedure met de oogbewegingen tijdens de versterkende beelden alleen maar contraproductief is.

Willem van der Does heeft nogal wat kanttekeningen bij het artikel van Van den Hout en Engelhard. Het is volgens hem niet zo zeker dat het werkgeheugen de enige factor is waar het allemaal om draait. Voor verwerken spelen ook andere zaken een rol. Daarnaast bekritiseert hij – en dat is in overeenstemming met Van den Hout en Engelhard – de agressieve opstelling van de EMDR-vereniging en de monopolistische opleidingen die weinig te maken hebben met de werkzame bestanddelen.

Ook Hellen Hornsveld geeft een reactie. Zij werkt zelf met EMDR en heeft meegewerkt aan het onderzoek van Van den Hout en Engelhard. Zij is het in grote lijnen eens met de strekking daarvan, maar heeft ook enkele kanttekeningen. Voor haar is verwerken meer dan verwijderen uit het werkgeheugen. Haar klinische indrukken zijn dat de geluidstikjes het juist wel goed doen. Dat staat nu juist haaks op de bevindingen uit de experimenten. Zij steunt de experimentele resultaten echter wel wanneer het gaat om de contraproductiviteit van oogbewegingen in de versterkende fase.

Alles bij elkaar luidt de onontkoombare conclusie dat EMDR met oogbewegingen een theoretische fundering heeft, maar dat de protocollen toe zijn aan een serieuze update, en de sektaristische en dure opleidingen dienen te worden afgeschaft.

Uitgeverij Boom is flink actief met het produceren van fraaie handboeken op ons terrein, en het aardige is dat ze Dth steeds een primeur geven. Het nieuwste handboek dat op stapel staat betreft protocollaire behandelingen voor volwassenen met psychische klachten. Het is geredigeerd door Ger Keijsers, Agnes van Minnen en Kees Hoogduin. U krijgt een voorproeve in de vorm van het hoofdstuk van Wencke de Wildt, Maarten Merkx, Ellen Vedel en Gerard Schippers over de overmaat aan alcoholgebruik. Het gaat met name over de manier waarop men cliënten kan motiveren daar iets aan te doen.

Ilse Penne snijdt een gevoelig onderwerp aan. Als seksuologe en relatietherapeute is zij van mening dat psychotherapeuten het taboe dat er zou rusten op seksualiteit, niet genoeg bestrijden. Sterker, ze blijven volgens haar in gebreke aangezien ze het onderwerp vermijden. Zij pleit er hartstochtelijk voor dat psychotherapeuten mensen aanmoedigen om over hun seksuele gevoelens te praten, ook als er niet direct een duidelijke aanleiding is. Zij hoopt dat de lezer door haar bijdrage zichzelf een aantal vragen gaat stellen. De redactie was enigszins verdeeld over deze notitie die geen beschrijving van praktijk is, en ook niet van onderzoek, maar wel een lacune in het therapeutisch arsenaal zou kunnen blootleggen. Anderzijds kan het ook verkeerd worden toegepast als therapeuten doorschieten in hun streven om ‘alles op tafel te krijgen’, of met alle geweld taboes gaan doorbreken terwijl het accent misschien ergens anders zou moeten liggen. Reflecteert u en oordeelt u zelf.

We eindigen met een notitie van Leen Joele. Hij behoorde tot de groep van zeven die ooit het Tijdschrift voor Directieve Therapie (niet te verwarren met het daaruit voortkomende Dth) oprichtte. Dit was in 1975. In zijn notitie kijkt hij terug op die ‘goede oude tijd’. Hij doet dat door te reflecteren op zijn eigen functioneren in een moeilijke casus en dit te vergelijken met wat er tegenwoordig in de protocollaire aanpak van de therapeut wordt gevraagd. Een moedig stuk.

Icoon

DT-31-1-3.pdf 457.86 KB 0 downloads

Ten geleide ...