Jaargang 29 (2009)
Nummer: 3
Artikel: 170

Pictogram

DT-29-3-170.pdf 785.80 KB 179 downloads

OCS: een protocollaire behandeling op maat ...

Samenvatting

Dit is een voorpublicatie van hoofdstuk 6 uit Praktijkboek geïntegreerde cognitieve gedragstherapie (complete gegevens zie hierna). De auteurs behandelen de diagnose, etiologie en behandeling van de obsessieve-compulsieve stoornis, en laten zien hoe dwanggedachten en bijbehorende controlerituelen volgens een geprotocolleerd cognitief-gedragstherapeutisch model effectief kunnen worden aangepakt.

In de tekst wordt een aantal termen gebruikt die wellicht niet zonder meer helder zijn voor wie de eerste hoofdstukken van dat boek nog niet heeft gelezen. We vertrouwen erop dat dit het begrijpen van de tekst niet in de weg staat.

Bron: Broeke, E. ten, Korrelboom, C.W., & Verbraak, M. (red.) (2009). Praktijkboek geïntegreerde cognitieve gedragstherapie. Protocollaire behandelingen op maat. Bussum: Coutinho.

Summary

The prepublication of this chapter from the Dutch treatment manual Praktijkboek geïntegreerde cognitieve gedragstherapie. Protocollaire behandelingen op maat treats diagnosis, ethiology and protocolized treatment of the obsessive compulsive disorder. The authors show how intrusive thoughts and compulsive rituals can effectively be treated using a protocolized cognitive-behavioural therapeutic model.

Some of the terminology used may not be instantly clear to readers who haven’t read the preceding chapters of the book. We trust that this will not affect the understanding of the text negatively.

Source: Broeke, E. ten, Korrelboom, C.W., & Verbraak, M. (red.) (2009). Praktijkboek geïntegreerde cognitieve gedragstherapie. Protocollaire behandelingen op maat (chapter 6). Bussum: Coutinho.

Referenties

American Psychiatric Association (1994). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (4e druk). Washington, DC: American Psychiatric Association.

Arts, W., Hoogduin, K., Keijsers, G., Severeijns, R., & Schaap, C. (1994). A quasi-experimental study into the effect of enhancing the quality of the patient-therapist relationship in the outpatient treatment of obsessive-compulsive neurosis. In: S. Borgo & L. Sibilia (red.), The patient-therapist relationship: Its many dimensions. Roma: Consiglio Nazionale delle Ricerche.

Arts, W., Severeijns, R., Haan, E. de, Hoogduin, K., & Hoogduin, W. (1993). Motiveringstechnieken bij de ambulante behandeling van dwangstoornissen met behulp van exposure in vivo en responspreventie. Directieve therapie, 13, 27-48.

Balkom, A.J.L.M. van, Oppen, P. van, Vermeulen, A.W.A., Dyck, R. van, Nauta, M.C.E., & Vorst, H.C.M. (1994). A meta-analysis on the treatment of obsessive compulsive disorder: A comparison of antidepressants, behavior, and cognitive therapy. Clinical Psychology Review, 14, 359-381.

Balkom, A.J.L.M. van & Vliet, I. van (1999). Farmacotherapie angststoornissen. Amsterdam: Syn-Thesis Uitgevers.

Ballenger, J.C. (1999). Current treatment in the anxiety disorders in adults. Biological Psychiatry, 46, 1579-1594.

Black, A. (1974). The natural history of obsessional neurosis. In: H.R. Beech (red.), Obsessional states. London: Methuen.

Brewin, C.R. (2006). Understanding cognitive behaviour therapy: a retrieval competition account. Behaviour Research & Therapy, 44, 765-784.

Broeke, E. ten, Heijden, C. van der, Meijer, S., & Hamelink, H. (2008). Cognitieve therapie; de basisvaardigheden. Amsterdam/Nijmegen: Boom.

Broeke, E. ten & Jongh, A. de (2008). Rechtsom met EMDR. In: E. ten Broeke, A. de Jongh, & H.J. Oppenheim (red.), Praktijkboek EMDR. Casusconceptualisatie en specifieke patiëntengroepen. Amsterdam: Harcourt.

Clark, D.A. (2004). Cognitive-behavioral therapy for OCD. New York: The Guilford Press.

Craske, M.G. & Mystkowski, J.L. (2006). Exposure therapy and Extinction. In: M.G. Craske, D. Hermans, & D. Vansteenwegen (red.). Fear and Learning: From Basic Processes tot Clinical Implications. Washington: APA.

Denys, D., Geus, F. de, Megen, H.J. van, & Westenberg, H.G. (2004). A double-blind, randomized, placebo-controlled trial of quetiapine addition in patients with obsessive-compulsive disorder refractory to serotonin reuptake inhibitors. Journal of Clinical Psychiatry, 65, 1040-1048.

Dowson, J.H. (1977). The phenomenology of severe obsessive-compulsive neurosis. British Journal of Psychiatry, 131, 75-78.

Edwards, S.L. & Dickerson, M. (1987). Intrusive thoughts: Unpleasantness not the major cause of uncontrollability. Behaviour Research and Therapy, 26, 277-279.

Emmelkamp, P.M.G. (1982). Phobic and obsessive-compulsive disorders: Theory, research and practice. New York: Plenum Press.

Emmelkamp, P.M.G. & Beens, H. (1991). Cognitive therapy with obsessive-compulsive patients: A comparative evaluation. Behaviour Research and Therapy, 29, 293-300.

Emmelkamp, P.M.G., Bouman, T.K.O., & Scholing, H.A. (1989). Angst, fobieën en dwang: Diagnostiek en behandeling. Deventer: Van Loghum Slaterus.

Emmelkamp, P.M.G., Ehring, T., & Powers, M.P. (2008). Angststoornissen. In: W. Vandereycken, C.A.L. Hoogduin, & P.M.G. Emmelkamp (red.). Handboek psychopathologie deel 1. Basisbegrippen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Emmelkamp, P.M.G., Haan, E. de, & Hoogduin, C.A.L. (1990). Martial adjustment and obsessive-compulsive disorder. British Journal of Psychiatry, 156, 155-160.

Emmelkamp, P.M.G., Visser, S., & Hoekstra, R. (1988). Cognitive therapy versus exposure in the treatment of obsessive-compulsives. Cognitive Therapy and Research, 12, 103-114.

Fernandez, C.E. & Lopez-Ibor, J.J. (1967). Monochlorimipramine in the treatment of psychiatric patients resistant to other therapies. Actas Luso-Españolas de Neurología, Psiquiatría y Ciencias Afines, 26, 119-147.

Foa, E.B., Steketee, G.S. , Grayson, J.B., Turner, R.M., & Latimer, P.R. (1984). Deliberate exposure and blocking of obsessive-compulsive rituals: Immediate and long-term effects. Behavior Therapy, 15, 450-472.

Foa, E.B., Steketee, G.S., & Milby, J.B. (1980). Differential effects of exposure and response prevention in obsessive-compulsive washers. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 48, 71-79.

Franklin, M.E., Abramowitz, J.S., Kozak, Levitt, J.T., & Foa, E.B.. (2000). Effectiveness of exposure and ritual prevention for obsessive-compulsive disorder: Randomized compared with nonrandomized samples. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 68, 594-602.

Freeston, M.H., Ladouceur, R., Gagnon, F., Thibodeau, N., Rhéaume, J., Letarte, H., & Bujold, A. (1997). Cognitive-behavioural treatment of obsessive thoughts: A controlled study. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 65, 405-413.

Greist, J.H., Jefferson, J.W., Kobak, K.A., Katzelnick, D.J., & Serlin, R.C. (1995). Efficacy and tolerability of serotonin transport inhibitors in obsessive compulsive disorder: a meta-analysis. Archives of General Psychiatry, 52, 53-60.

Haan, E. de (1997). Dwangstoornis bij kinderen en volwassenen. Effectiviteit, behandeling en predictie van resultaat. Rotterdam: Academisch proefschrift Erasmus, Universiteit Rotterdam.

Haan, E. de, Oppen, P. van, Balkom, A.J.L.M van, Spinhoven, Ph., Hoogduin, C.A.L., & Dyck, R. van (1997). Prediction of outcome and early versus late improvement in OCD patients, treated with cognitive behaviour therapy and farmacotherapy. Acta Psychiatrica Skandinavica, 96, 354-361.

Haan, E. de & Verbraak, M. (1993). Exposure voor dwanggedachten? Directieve therapie, 13, 49-56.

Hoogduin, C.A.L. (1986). De ambulante behandeling van dwangneurosen. Deventer: Van Loghum Slaterus.

Hoogduin, C.A.L., Haan, E. de, & Schaap, C.P.D.R. (1992). Dwangneurose: Diagnostiek en behandeling. In: K. van der Velden (red.), Directieve therapie 4. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Hoogduin, C.A.L., Haan, E. de, Schaap, C., & Severijn, R. (1988). Het verband tussen therapeutische relatie en therapieresultaat bij de behandeling van dwangneurose. Gedragstherapie, 21, 247-259.

Jones, M.K. & Menzies, R.G. (1997). The cognitive mediation of obsessive-compulsive hand washing. Behaviour Research and Therapy, 35, 843-850.

Kasvikis, Y. & Marks, I.M. (1988). Clomipramine, self-exposure, and therapist-accompanied exposure in obsessive-compulsive ritualizers: Two-year follow-up. Journal of Anxiety Disorders, 2, 291-298.

Keijsers, G.P.J., Vossen, C.J.C., & Keijsers, L.H.A. (2007). Motiveringsstrategieën in de ambulante psychotherapie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Kirk, J.W. (1983). Behavioural treatment of obsessional-compulsive patients in routine clinical practice. Behaviour Research and Therapy, 21, 57-62.

Kobak, K.A., Greist, J.H., Jefferson, J.W., Katzelnick, D.J., & Henk, H.J. (1998). Behavioral versus pharmacological treatments of obsessive-compulsive disorder: A meta-analysis. Psychopharmacology, 136, 205-216.

Koran, M., Ringold, A.L., & Elliott, M.A. (2000). Olanzapine augmentation for treatment-resistant obsessive-compulsive disorder. Journal of Clinical Psychiatry, 61, 514-517.

Korrelboom, C.W. & Broeke, E. ten (2004). Geïntegreerde cognitieve gedragstherapie. Bussum: Coutinho.

Marks, I.M. (1987). Fears, phobias and rituals: Panic, anxiety and their disorders. New York: Oxford University Press.

McDougle, C.J., Epperson, C.N., Pelton, G.H., Wasylink, S., & Prica, L.H. (2000). A double-blind, placebo-controlled study of risperidone addition in serotonin reuptake inhibitor-refractory obsessive compulsive disorder. Archives of General Psychiatry, 57, 794-801.

Megen, H.J.G.M. van, Tenney, N., Denys, D.J.A.P. Denys et al. (2004). Combinatietherapie van farmacotherapie en gedragstherapie is effectiever dan alleen farmacotherapie bij de behandeling van obsessieve compulsieve stoornis (Voordracht). Maastricht: Voorjaarscongres Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.

Menzies, R.G., Harris, L.M., Cumming, S., & Einstein, D.A. (2000). The relationship between inflated personal responsibility and exaggerated danger expectancies in obsessive-compulsive disorder. Behaviour Research and Therapy, 38, 1029-1037.

Meyer, V. (1966). Modification of expectations in cases with obsessional rituals. Behaviour Research and Therapy, 4, 273-280.

Meyer, V., Levy, R., & Schnurer, A. (1974). The behavioral treatment of obsessive-compulsive disorder. In: H.R. Beech (red.), Obsessional states. London: Methuen.

Morrison, N. & Westbrook, D. (2004). Obsessive-compulsive disorder. In: J. Bennett-Levy, G. Butler, M. Fennell, A. Hackmann, M. Mueller, & D. Westbrook, Oxford guide to behavioural experiments in cognitive therapy. Oxford: Oxford University Press.

Mowrer, O.H. (1960). Learning theory and behavior. New York: Wiley.

Obsessive Compulsive Cognitions Working Group (OCCW) (1997). Cognitive assessment of obsessive-compulsive disorder. Behaviour Research and Therapy, 35, 667-681.

Obsessive Compulsive Cognitions Working Group (OCCWG) (2001). Development and initial validation of the obsessive beliefs questionnaire and the interpretation of intrusions inventory. Behaviour Research and Therapy, 39, 987-1006.

Oppen, P. van (1999). Cognitieve therapie bij dwangstoornis. In: S.M. Bögels & P. van Oppen (red.), Cognitieve therapie: theorie en praktijk. Houten/Diegem: Bohn Stafleu van Loghum.

Oppen, P. van & Balkom, A.J.L.M. van (2001). Obsessieve-compulsieve stoornis. In: A.J.L.M. van Balkom, P. van Oppen & R. van Dyck (red.), Behandelingsstrategieën bij angststoornissen. Houten/Diemen: Bohn Stafleu van Loghum.

Oppen, P. van, Haan, E. de, Balkom, A.J.L.M. van, Dyck, R. van, Hoogduin, C.A.L., & Spinhoven, Ph. (1995). Cognitive therapy and exposure in vivo in the treatment of obsessive-compulsive disorder. Behaviour Research and Therapy, 33, 379-390.

O’Sullivan, G. & Marks, I.M. (1990). Long-term outcome of phobic and obsessive-compulsive disorders after exposure: a review. In: R. Noyes, M. Roth, & G. Burrows (red.), Handbook of anxiety. Volume 4. Amsterdam: Elsevier.

Pato, M.T., Zohar-Kadouch, R., Zohar, J., & Murphy, D. (1988). Return of symptoms after discontinuation of clomipramine in patients with obsessive-compulsive disorder. Journal of Clinical Psychiatry, 145, 1521-1527.

Rachman, S.J. & Hodgson, R.J. (1980). Obsessions and compulsions. New York: Prentice Hall.

Rachman, S.J., Hodgson, R.J., & Marks, I.M. (1971). The treatment of chronic obsessional neurosis. Behaviour Research and Therapy, 9, 237-247.

Reynghe de Voxvrie, G. van (1968). L’anafranil (G 34586) dans l’obsession. Acta Neurologica Belgica, 68, 787-792.

Salkovskis, P.M. (1985). Obsessional compulsive problems: A cognitive-behavioral analysis. Behaviour Research and Therapy, 23, 571-583.

Salkovskis, P.M. & Kirk, J. (1989). Obsessional disorders. In: K. Hawton, P.M. Salkovskis, J. Kirk & D.M. Clark (red.), Cognitive behaviour therapy for psychiatric problems: A practical guide. Oxford: Oxford University Press.

Salkovskis, P.M. & Kirk, J. (1997). Obsessive-compulsive disorder. In: D.M. Clark & C.G. Fairburn (red.), Science and practice of cognitive behaviour therapy. Oxford: Oxford University Press.

Skoog, G. & Skoog, I. (1999). A 40-year follow-up of patients with obsessive compulsive disorder. Archives of General Psychiatry, 56, 121-127.

Stanley, M.A. & Turner, S.M. (1995). Current status of pharmacological and behavioural treatment of obsessive-compulsive disorder. Behavior Therapy, 26, 163-186.

Verbraak, M.J.P.M., Hoogduin, C.A.L., Methorst, G.J., Arts, W.J.J.M., Hansen, A.M.D., & Keijsers, G.P.J. (2004). Protocollaire behandeling van patiënten met een obsessief-compulsieve stoornis: Exposure, responspreventie en cognitieve therapie. In: G.P.J. Keijsers, A. van Minnen, & C.A.L. Hoogduin (red.), Protocollaire behandelingen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Deel 1. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Verbraak, M.J.P.M., Knoppert-van der Klein, E.A.M., & Hoogduim, C.A.L. (1998). Een programma ter voorkoming van therapie-ontrouw. In: E.A.M. Knoppert-van der Klein, P. Kölling, & C.A.L. Hoogduin (red.), Richtlijnen ter Bevordering van Therapietrouw. Houten/Diegem: Bohn Stafleu van Loghum.

Verdellen, C.W.J., Hoogduin, K., Kemp, E. de, Methorst, G., & Verbraak, M. (1996). Dwang en depressie; differentiële diagnostiek. Directieve therapie, 16, 120-129.

Visser, S., Hoekstra, R.J., & Emmelkamp, P.M.G. (1992). Long-term follow-up study of obsessive-compulsive patients after exposure treatment. In: A.Ehlers, W. Fiegenbaum, I. Florin, & J. Margraf (eds.), Perspectives and promises of clinical psychology. New York: Plenum Press.

Wells, A. (1997). Cognitive therapy of anxiety disorders: a practice manual and conceptual guide Chichester: John Wiley & Sons.

Werkgroep Angststoornissen (2003). Multidisciplinaire richtlijn Angststoornissen. Richtlijn voor de diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen cliënten met een angststoornis. Utrecht: Trimbos-instituut.

Wetering, S. van der (2003). Het effect van de toevoeging van cognitieve gedragstherapie op het behandelresultaat bij patiënten met een obsessieve-compulsieve stoornis die aanvankelijk wel of niet verbeterden op fluoxetine. Een vergelijkende studie. Nijmegen: Katholieke Universiteit Nijmegen; doctoraal scriptie.

Pictogram

DT-29-3-170.pdf 785.80 KB 179 downloads

OCS: een protocollaire behandeling op maat ...