Jaargang 14 (1994)
Nummer: 1
Artikel: 67

Pictogram

DT-14-1-67.pdf 523.65 KB 75 downloads

Het belang van seksuele vaardigheid voor seksuologen ...

Het is een genoegen wanneer iemand die je hebt geciteerd in een publicatie, de moeite neemt op de publicatie te reageren, vooral wanneer die persoon er ook nog aardige woorden voor over heeft. Enige kritiek accepteer je dan met plezier. Dit plezier zou misschien wat getemperd zijn als ik had moeten constateren dat de heer Drenth mij op ernstige fouten of ernstige omissies had betrapt. Gelukkig is dit niet het geval.

Dat de door Drenth beschreven casus in eerste instantie van Bancroft afkomstig was doet niet af aan het feit dat hij (Drenth) er uitvoerig over het gerapporteerd en dat ik me op zijn beschrijving heb gebaseerd. Dat ik hem selectief citeer is absoluut waar. Maar ik kan dit niet als een gemis beschouwen. Er kan toch niet in redelijkheid verlangd worden dat ik geen selectie maak. Alleen wanneer een selectie een indruk wekt die niet klopt met wat er in het oorspronkelijke artikel staat is dit laakbaar. Ik heb deze casus gebruikt om te illustreren dat het bij seksuele problemen vaak verstandig is om somatische oorzaken uit te sluiten, en dat het missen van een wel aanwezige somatische oorzaak tot een verkeerde behandeling kan leiden. Uit de reactie van de heer Drenth blijkt opnieuw dat zijn casus daarvan een goed voorbeeld is. Het mag waar zijn dat hij er zelf nog andere zaken mee wil illustreren, maar men moet zich als auteur soms kunnen beperken.

Drenth is van mening dat ik meer aandacht had behoren te bestreden aan de seksespecifieke ontwikkeling als biologische factor van seksuele problemen. Ik kan me dit voorstellen. Er valt zeker meer over te zeggen dan in mijn artikel/hoofdstuk is gebeurd, maar ook hier geldt: beperken is een noodzakelijk kunst. Ik heb duidelijk willen maken dat het opvoedingsklimaat ten aanzien van seksualiteit, zoals men dat in de jeugd heeft meegemaakt, getaxeerd dient te worden. Daaronder valt uiteraard ook de houding ten aanzien van sekserollen. Het is zeker mogelijk om apart op dit onderwerp in te gaan, maar in het kader van een betrekkelijk kort artikel (of een hoofdstuk in een boek dat niet speciaal over seksualiteit gaat) lijkt dit wat te ver voeren. Ik zal me in de redactie van Dth sterk maken voor een uitnodiging aan de heer Drenth om over dit onderwerp een aparte bijlage te schrijven.

Tot slot meent Drenth dat ik meer zou hebben moeten uitweiden over de persoonlijke vaardigheden van de sekstherapeut op het gebied van seksualiteit. Het is mij niet helemaal duidelijk wat hij hier bedoelt. Bedoelt hij dat de sekstherapeut zelf vrij moet zijn van seksuele dysfuncties? Ik ken geen gegevens die erop wijzen dat dit een noodzakelijke voorwaarde is om anderen te kunnen helpen bij hun seksuele problemen. Als bij bedoelt dat een therapeut die geremd is zijn eigen seksuele problemen onder ogen te zien, het wel eens moeilijk kan krijgen als hij anderen moet helpen dergelijke remmingen te overwinnen, kan ik het wel met hem eens zijn. Ik heb nagelaten om daar iets over op te merken omdat ik het vanzelfsprekend vond. Kennelijk is dat niet het geval en daarom is het plezierig dat de heer Drenth nu deze aanvulling heeft gegeven.

Alfred Lange

Pictogram

DT-14-1-67.pdf 523.65 KB 75 downloads

Het belang van seksuele vaardigheid voor seksuologen ...