Jaargang 14 (1994)
Nummer: 3
Artikel: 291

A. Lange, Gedragsverandering in gezinnen (6e herziene druk). Groningen: Wolter–Noordhoff,1994.

A. Lange, Gevalsbeschrijvingen bij ‘Gedragsverandering in gezinnen’: fragmenten, analyses en toelichtingen. Groningen: Wolters–Noofdhoff, 1994.

Er zijn in dit leven weinig dingen zeker, maar er valt geheid op een gegeven moment een blauwe enveloppe in de brievenbus en er ligt een nieuwe editie van Gedragsverandering in gezinnen van Fred, sorry, professor Lange bij de boekhandel. Inmiddels is dit boek zelfs al toe aan de zesde volledig herziene druk. Het is toch wel opmerkelijk dat sinds 1975 (toen nog samen met Onno, inmiddels professor, Van der Hart) dit boek een zo prominente plaats in de literatuur over gezinstherapie heeft weten te bemachtigen. Tot voor kort werd dit gebied gedomineerd door de meesters van de gezinstherapie en hun volgelingen. Bij de laatsten had men soms het gevoel dat hun meest creatieve daad bestond uit het omslaan van een pagina van het meesterwerk van hun goeroe. Gedragsverandering in gezinnen heeft niets van dit alles. Er wordt niets ex cathedra geponeerd en er wordt niet nagepraat. Het is een gedegen theoretisch en empirisch onderbouwd leerboek, een boek waarmee het ingewikkelde vak van de gezinstherapie toegankelijk wordt gemaakt. De opbouw is didactisch uitgebalanceerd. Bovendien is deze zesde versie volledig herzien en zijn er een aantal volledig nieuwe onderwerpen toegevoegd.

Het boek is opgebouwd uit drie delen. In het eerste deel worden de achtergronden behandeld, in het tweede deel de gezinstherapeutische technieken en het laatste deel gaat over specifieke probleemgebieden. In het eerste hoofdstuk komen basisbegrippen uit met name de structurele en de communicatiegerichte benadering aan de orde. Vervolgens wordt een kort overzicht gegeven van de belangrijkste gezinstherapeutische stromingen. In hoofdstuk drie worden de basisstrategieën van het behandelingsmodel beschreven zoals het doen toenemen van probleemoplossend gedrag, wederzijdse assertiviteit en sociale vaardigheden, het toepassen van communicatieregels, het doen toenemen van zelfcontrole en het herstructureren en heretiketteren. Het laatste hoofdstuk van deel 1 gaat over de fasen in behandeling en de ‘timing’ van interventies.

Het tweede deel (‘Technieken’) begint met de aanmelding en de taxatie. Daarna volgen hoofdstukken over registratie, congruente technieken tijdens de sessie, huiswerk en paradoxale opdrachten. Met name het hoofdstuk over paradoxale opdrachten is een fraaie verhandeling over een ingewikkeld type interventie.

Dit deel wordt afgesloten met een hoofdstuk over therapeutische overgangsrituelen. Vergeleken met het voorgaande hoofdstuk vind ik dat dit hoofdstuk wat meer diepgang had mogen hebben. Het derde deel is bijna helemaal nieuw. Hoofdstuk 12 is gewijd aan niet–verwerkte traumatische ervaringen. Het volgende hoofdstuk gaat over opvoedingsproblemen. In hoofdstuk 14 wordt de behandeling van seksuele problemen aan de orde gesteld. Hoofdstuk 15 betreft het niet onbelangrijke probleem van scheiding. Op systematische wijze worden de stappen geschetst wanneer alle betrokkenen het niet langer zinvol achten dat de partners elkaar pijn blijven doen. Het fraaie hoofdstuk 16 geeft een overzicht over de samenhang tussen gezinsinteractie en allerlei psychopathologische beelden. Het boek wordt afgesloten met een hoofdstuk over opleiding.

Naast Gedragsverandering in gezinnen heeft Lange allerlei videoprodukties op zijn naam staan die het proces van gezinstherapie illustreren, en die, zoals ik uit eigen ondervinding als docent kan beamen, zinvolle aanvullingen zijn. Gevalsbeschrijvingen bevat een aantal verbatim uitgeschreven fragmenten van deze videoprodukties evenals een aantal andere gezinstherapieën. De fragmenten worden afgewisseld met commentaar en aanvulling op de verbatim tekst. Eerst wordt de behandeling gepresenteerd van een depressieve vrouw met een incestverleden waarbij de partnerrelatie een belangrijke rol speelde. Daarna wordt de behandeling gepresenteerd van een gezin waarin opvoedingsproblemen en individuatie centraal staan. Dan volgt een echtpaar waarvan de vrouw pathologisch jaloers is. Daarna volgt de beschrijving van de behandeling van een echtpaar met relatieproblemen die sterk te maken hebben met de wrok van de vrouw over de manier waarop haar man in het verre verleden had gereageerd op het overlijden van hun baby. De laatste therapie betreft een gezin waarvan de vader is aangemeld wegens depressie en apathie. Van deze laatste behandeling bestaat er ook een fraaie videoproduktie.

Ik heb nog geen ervaring met dit tweede boek in opleidingen maar het lijkt me een goede aanvulling bij Gedragsverandering. Bij het lezen van de verbatim fragmenten en bij het commentaar dat steeds wordt gegeven had ik sterk het gevoel dat er behoefte is aan een codeersysteem, een systematische ordening van de taal die in beide boeken wordt gebruikt om de werkelijkheid van gezinsinteracties en gezinstherapie te beschrijven. Nog sterker dan nu het geval is zou dan telkens verwezen kunnen worden naar de passages in Gedragsveranderingen waar de interventie of het interactiepatroon behandeld wordt.