Jaargang 30 (2010)
Nummer: 2
Artikel: 94

Samenvatting

Een negatief zelfbeeld lijkt van invloed op het ontstaan van en terugval in depressie. Tot nu toe zijn er weinig specifieke interventies voor het verbeteren van een negatief zelfbeeld beschreven en onderzocht. Competitive Memory Training (COMET) voor negatief zelfbeeld is gebaseerd op inzichten en bevindingen uit de experimentele psychologie. In aansluiting op bevindingen bij andere populaties is het onderhavige onderzoek een pilotstudie naar het effect van COMET voor negatief zelfbeeld bij ambulante patiënten met een depressieve stoornis en een negatief zelfbeeld. De COMET-training vond plaats naast de reguliere behandeling. Tijdens COMET + reguliere therapie namen zelfwaardering en autonomie significant en in belangrijke mate toe, terwijl depressiviteit op vergelijkbare wijze afnam. Deze verbeteringen traden in ongeveer gelijke mate op bij patiënten met verschillende depressiediagnoses. Post hoc werd een convenience vergelijkingsgroep toegevoegd van patiënten die alleen reguliere behandeling voor hun depressie hadden gehad. Vergeleken met de vergelijkingsgroep verbeterden het zelfbeeld en de autonomie van de mensen in de COMET + reguliere therapieconditie significant en in belangrijke mate. Daarnaast namen de depressieve klachten significant en in belangrijke mate af. COMET voor negatief zelfbeeld lijkt een effectieve interventie bij depressieve patiënten met een negatief zelfbeeld. Tekortkomingen en klinische implicaties van dit onderzoek worden besproken.

Summary

Low self-esteem seems to be an important factor in the development of and relapse in depressive disorders. To date, little specific interventions that aim at improving low self-esteem have been described or researched. Competitive Memory Training (COMET) for low self-esteem is based on insights and findings from experimental psychology. In addition to studies into other populations, the present study is a pilot study investigating the effect of COMET in depressed patients with low self-esteem in a routine mental health setting in addition to regular treatment. During COMET + regular treatment, self-esteem and autonomy increased significantly and in a large degree, while depressive symptoms decreased to a similar extent. These effects occurred in a roughly similar degree in patients with different depression diagnoses. Post hoc, a convenience comparison group of patients who had only had regular treatment for their depression was added to the study. Compared to the control group, self-esteem and autonomy of the patients in the COMET + regular treatment condition improved significantly and largely. Also, a significant decrease in depressive symptoms was found. COMET for low self-esteem seems to be an effective intervention for depressed patients with low self-esteem. Shortcomings and clinical implications of this study are discussed.

Referenties

Agras, W.S., Walsh, B., Fairburn, C.G., Wilson, G.T., & Kraemer, H.C. (2000). A multicenter comparison of cognitive-behavioral therapy and interpersonal psychotherapy for bulimia nervosa. Archives of General Psychiatry, 57, 459-466.

Appelo, M. (1999). Rationele rehabilitatie: een pilotstudy. Gedragstherapie, 32, 57-69.

Appelo, M.T. (2005). Positieve uitkomsten lijst (PUL). Nijmegen: Cure & Care.

Baldwin, S.A., Murray, D.M., & Shadish, W.R. (2005). Empirically supported treatments or Type I errors? Problems with the analysis of data from group-administered treatments. Journal of Consulting & Clinical Psychology, 73, 924-935.

Beck, A.T., Steer, R.A., & Brown, G.K. (1996). Manual for the Beck Depression Inventory-II. San Antonio, Texas: Psychological Corporation.

Bijl, R.V., Zessen, G. van, & Ravelli, A. (1997). Psychiatrische morbiditeit onder volwassenen in Nederland: het NEMESIS-onderzoek. II Prevalentie van psychiatrische stoornissen. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 141, 2453-2460.

Blascovich, J., & Tomaka, J. (1991). Measures of self-esteem. In J.P. Robinson, P.R. Shaver, & L.S. Wrightsman (eds.), Measures of personality and social psychological attitudes, Volume I, pp. 115-160. San Diego: Academic Press.

Brewin, C.R. (2006). Understanding cognitive behaviour therapy: a retrieval competition account. Behaviour Research & Therapy, 44, 765-784.

Camras, L.A., Holland, E.A., & Patterson, M.J. (1993). Facial expression. In M. Lewis & J.M. Haviland (eds.), Handbook of emotions, pp. 199-208. New York: The Guilford Press.

Cohen, J. (1988). Statistical power analysis for the behavioral sciences (2e druk). Hillsdale, New Jersey: Lawrence Erlbaum.

Collins, L.M., Schafer, J.L., & Kam, C-M. (2001). A comparison of inclusive and restrictive strategies in modern missing data procedures. Psychological Methods, 6, 330-351.

Does, A.J.W. van der (2002a). Different types of experimentally induced sad mood? Behavior Therapy, 33, 551-561.

Does, A.J.W. van der (2002b). BDI-II-NL: Handleiding Beck Depression Inventory-II, Ned. vertaling en bewerking. Lisse: Swets Test Publisher.

Evans, J., Heron, J., Lewis, G., Araya, R., & Wolke, D. (2005). Negative self-schemas and the onset of depression in women: longitudinal study. British Journal of Psychiatry, 186, 302-307.

Fennell, M.J.V. (1997). Low self-esteem: a cognitive perspective. Behavioural and Cognitive Psychotherapy, 25, 1-25.

Fennell, M.J.V. (1998a). Cognitive therapy in the treatment of low self-esteem. Advances in Psychiatric Treatment, 4, 296-304.

Fennell, M.J.V. (1998b). Low self-esteem. In N. Tarrier, A. Wells & G. Haddock (eds.), Treating complex cases: the cognitive-behavioural therapy approach. Chichester: John Wiley & sons.

Fennell, M., & Jenkins, H. (2004). Low self-esteem. In J. Bennett-Levy, G. Butler, M. Fennell, A. Hackmann, M. Mueller & D. Westbrook (eds.), Oxford guide to behavioural experiments in cognitive therapy. Oxford: Oxford University Press.

Gaag, M. van der, & Korrelboom, C.W. (2006). Competitive Memory Therapy (COMET) bij auditieve hallucinaties. In M. van der Gaag, F. Withaar & C.J. Slooff (eds.), Cognitieve gedragstherapeutische behandelingen bij mensen met een psychose. Den Haag: Kenniscentrum Schizofrenie Nederland.

Guijken, K., Dommanschet, C., & Korrelboom, C.W. (2008). De behandeling van obsessies met contraconditionering. Directieve Therapie, 28, 251-271.

Hall, P.L., & Tarrier, N. (2003). The cognitive-behavioural treatment of low self-esteem in psychotic patients: a pilot study. Behaviour Research & Therapy, 41, 317-332.

Hamer, R.M., & Simpson, P.M. (2009). Last observation carried forward versus mixed models in the analysis of psychiatric clinical trials. American Journal of Psychiatry, 166, 639-641.

Holmes, E.A., Mathews, A., Dalgleish, T., & Mackintosh, B. (2006). Positive interpretation training: effects of mental imagery versus verbal training on positive mood. Behavior Therapy, 37, 237-247.

Kelly, G.A. (1955). The Psychology of Personal Constructs. New York: Norton.

Korrelboom, C.W. (2000). Versterking van het zelfbeeld bij patiënten met persoonlijkheidspathologie – ‘hot cognitions’ versus ‘cold cognitions’. Directieve Therapie, 20, 282-302.

Korrelboom, C.W. (2003). Mogelijkheden van cognitieve gedragstherapie bij moeilijke mensen: de module frustratietolerantie. In W.A. Hoogduin, C.A.L. Hoogduin & C.R. Peters van Neijenhof (red.), Moeilijke mensen: naar een professionele aanpak, pp. 93-107. Nijmegen: Cure & Care Publishers.

Korrelboom, C.W., & Broeke, E. ten (1998). Trauma, geheugen en contra-conditionering van UCS-representatie. Directieve Therapie, 18, 217-236.

Korrelboom, C.W. & Broeke, E. ten (2004). Geïntegreerde cognitieve gedragstherapie. Handboek voor theorie en praktijk. Bussum: Coutinho.

Korrelboom, C.W., Gaag, M. van der, Hendriks, V., Huijbrechts, I., & Berretty, E.W. (2008). Treating obsessions with competitive memory training: a pilot study. The Behaviour Therapist, 31, 29-36.

Korrelboom, C.W., Jong, M. de, Huijbrechts, I., & Daansen, P. (2009). COMET for treating low self-esteem in patients with eating disorders. A randomized clinical trial. Journal of Consulting & Clinical Psychology, 77, 974-980.

Korrelboom, C.W., Marissen, M., & Assendelft, T. van (aangeboden). COMET for treating low self-esteem in patients with personality disorders; a randomized clinical trial.

Korrelboom, C.W., Peeters, S., Blom, S., & Huijbrechts, I. (2008). Competitive Memory Training voor paniekstoornis. Directieve Therapie, 28, 233-251.

Korrelboom, C.W., Visser, S., & Broeke, E. ten (2004). Gegeneraliseerde angststoornis: wat is het en wat kun je ertegen doen? Directieve Therapie, 24, 276-295.

Korrelboom, C.W., Weele, K. van der, Gjaltema, M., & Hoogstraten, C. (2009). COMET for treating low self-esteem; a baseline controlled study in a routine clinical setting with patients with eating disorders and personality disorders. The Behavior Therapist, 32, 3-8.

Lang, P.J. (1994). The motivational organization of emotion: affect-reflex connections. In S.H.M. van Goozen, N.E. van de Poll & J.A. Sergeant (eds.), Emotions: essays on emotion theory, pp. 61-93. Hillsdale, New Jersey: Lawrence Erlbaum Associates.

Lange, A., Gest, A., & Vries, M.A. de (1995). Resultaten van positieve zelfverbalisatie bij personen met een laag zelfbeeld; een experimenteel onderzoek. Directieve therapie, 15, 201-214.

Lange, A., Richard, R., Gest, A., Vries, M.A. de, & Lodder, L. (1998). The effects of positive self-instruction: a controlled trial. Cognitive Therapy & Research, 22, 225-236.

Mandler, G. (1984). Mind and body. Psychology of emotion and stress. New York: Norton.

Martens, S., Korrelboom, C.W., & Huijbrechts, I. (2009). Competitive Memory Training (COMET) voor piekeren. De anti-piekertraining. Directieve Therapie, 29, 254-278.

McManus, F., Waite, P., & Shafran, R. (2009). Cognitive-behavior therapy for low self-esteem: a case example. Cognitive and Behavioral Practice, 16, 266-275.

Mongrain, M., & Leather, F. (2006). Immature dependence and self-criticism predict the recurrence of major depression. Journal of Clinical Psychology, 62, 705-713.

Olij, R.J.B., Korrelboom, C.W., Huijbrechts, I.P.A.M., Jong, M. de, Cloin, P.A., Maarsingh, M., & Paumen, B.N.W. (2006). De module zelfbeeld in een groep: werkwijze en eerste bevindingen. Directieve Therapie, 26, 307-325.

Parrott, W.G., & Hertel, P. (1999). Research methods in cognition and emotion. In T. Dalgleish & M. Power (eds.), Handbook of cognition and emotion, pp. 61-82. Chichester: John Wiley & Sons.

Posthuma, D., & Lange, A. (1999). Positieve zelfverbalisatie bij opgenomen patiënten; een pilot-onderzoek. Directieve Therapie, 19, 134-145.

Rigby, L.W., & Waite, S. (2007). Group therapy for self-esteem, using creative approaches and metaphor as clinical tools. Behavioral and Cognitive Psychotherapy, 35, 361-364.

Rosenberg, M. (1965). Society and the adolescent self-image. Princeton, New Jersey: Princeton University Press.

Segal, Z.V., Gemar, M., & Williams, S. (1999). Differential cognitive response to a mood challenge following successful cognitive therapy or pharmacotherapy for unipolar depression. Journal of Abnormal Psychology, 108, 3-10.

Tasca, G.A., Illing, V., Ogrodniczuk, J.S., & Joyce, A.S. (2009). Assessing and adjusting for dependent observations in group treatment research using multilevel models. Group Dynamics; Theory, Research & Practice, 13, 151-162.

Wildt, W. de, Merkx, M., & Korrelboom, C.W. (2009). Stoornissen in het gebruik van een middel: verslaving. In E. ten Broeke, K. Korrelboom & M. Verbraak (red.), Praktijkboek geïntegreerde cognitieve gedragstherapie. Protocollaire behandelingen op maat. Bussum: Coutinho.

Williams, J.M.G., Watts, F.N., MacLeod, C., & Mathews, A. (1997). Cognitive psychology and emotional disorders, 2e druk. Chichester: John Wiley & Sons.