Jaargang 27 (2007)
Nummer: 04
Artikel: 308

Inleiding

Voorspellen wie er na een trauma een posttraumatische stressstoornis (PTSS) zal ontwikkelen? Als we dat kunnen, zou het de hulpverlening na een trauma veel doelgerichter en efficiënter maken. Er zijn dan ook veel mogelijke voorspellers voor PTSS onderzocht. Een van de meest bestudeerde voorspellers betreft de mate waarin de persoon tijdens het trauma dissocieert, meestal peritraumatische dissociatie genoemd. Personen rapporteren bijvoorbeeld dat ze tijdens het trauma het gevoel hadden in een waas te leven, er niet helemaal bij te zijn, het gevoel te hebben aan de grond genageld te staan of het trauma te hebben ondergaan alsof het iemand anders betrof. Om een trauma goed te verwerken zou echter een zekere mate van aandacht nodig zijn. Dissociatie maakt dat men die aandacht niet heeft en dus wordt het trauma niet goed opgeslagen en verwerkt, en komt het trauma later terug in de vorm van herbelevingen en nachtmerries, zo redeneert men. In onderzoek werd tot voor kort inderdaad keer op keer een verband tussen peritraumatische dissociatie en de ontwikkeling van PTSS gevonden (zie voor een overzichtsstudie van predictoren van PTSS Ozer, Best, Lipsey, & Weiss, 2003).

Het onderzoek

Er is weliswaar vaak een verband gevonden tussen peritraumatische dissociatie en het ontwikkelen van PTSS, maar de interpretatie van deze resultaten wordt bemoeilijkt door een aantal tekortkomingen in de gebruikte methodiek.

Een van de problemen is dat het vaak retrospectieve studies betreft, waarin peritraumatische dissociatie achteraf is gemeten, vaak tegelijkertijd met PTSS-klachten. Dit is een onbetrouwbare manier om peritraumatische dissociatie te meten, omdat het geheugen wordt beïnvloed door verschillende factoren, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van bepaalde symptomen op het moment van de meting (Candel & Merckelbach, 2004). Inderdaad bleken veranderingen in de rapportage van peritraumatische dissociatie hoog te correleren met veranderingen in de ernst van de PTSS-klachten (Marshall & Shell, 2002).

Met behulp van prospectieve designs is getracht deze onbetrouwbare rapportage van dissociatie het hoofd te bieden. Echter, peritraumatische dissociatie wordt ook in prospectieve studies vaak pas weken na het trauma gemeten. Bovendien wordt er vaak niet gecontroleerd voor factoren die gerelateerd zijn aan peritraumatische dissociatie, zoals initiële PTSS-klachten. Het blijft dus ook in deze studies de vraag of peritraumatische dissociatie een onafhankelijke voorspeller van PTSS is, of dat het een symptoom is van een acute stressreactie (optredend binnen vier weken na het trauma).

Recentelijk is een aantal studies verschenen die tegemoetkwamen aan deze methodologische tekortkomingen. Deze prospectieve studies controleren voor initiële PTSS-symptomen (zie bijvoorbeeld Marshall & Shell, 2002; Marx & Sloan, 2005; Van der Velden et al., 2006), waaronder symptomen van emotionele verdoving (Hagenaars, Van Minnen, & Hoogduin, in druk). Opmerkelijk genoeg vindt men in deze prospectieve, gecontroleerde studies consequent geen verband tussen peritraumatische dissociatie tijdens het trauma en de ontwikkeling van PTSS. Wel werd er, ook na het controleren voor klachten van een acute stressreactie, een verband gevonden tussen disfunctioneel copinggedrag (zoals negatieve cognities over het trauma en de gevolgen ervan en aanhoudende symptomen van vermijding en dissociatie) en de ontwikkeling van PTSS (Hagenaars et al, in druk). Deze bevindingen zijn inmiddels door meerdere studies gerepliceerd. Dit zou erop kunnen duiden dat niet de reactie tijdens het trauma van belang is, maar de manier waarop het slachtoffer na het trauma met de gevolgen ervan omgaat. Een vermijdende copingstijl, zoals persistente dissociatie, lijkt daarbij de kans op PTSS te vergroten.

Conclusie

Peritraumatische dissociatie is geen voorspeller van PTSS. Voor de klinische praktijk betekent dit dat het geen indicatie voor pathologie of een slecht voorteken is, als iemand tijdens het meemaken van een trauma gevoelens van dissociatie heeft ervaren. Integendeel, men moet een slachtoffer uitleggen dat dit een volkomen normale reactie op een trauma is. Als dergelijke gevoelens echter aanhouden tot enkele weken na het trauma, is het aan te raden wel hulp te zoeken.

Referenties

Candel, I., & Merckelbach, H. (2004). Peritraumatic dissociation as a predictor of post-traumatic stress disorder: A critical review. Comprehensive Psychiatry, 45, 44-50.

Hagenaars, M.A., Minnen, A. van, & Hoogduin, C.A.L. (in druk). Peritraumatic psychological and somatoform dissociation in predicting PTSD symptoms: A prospective study. Journal of Nervous and Mental Disease.

Marshall, G.N., & Shell, T.L. (2002). Reappraising the link between peritraumatic dissociation and PTSD symptom severity: Evidence from a longitudinal study of community violence survivors. Journal of Abnormal Psychology, 111, 626-636.

Marx, B.P., & Sloan, D.M. (2005). Peritraumatic dissociation and experiential avoidance as predictors of posttraumatic stress symptomatology. Behaviour Research and Therapy, 43, 569-583.

Ozer, E.J., Best, S.R., Lipsey, T.L., & Weiss, D.S. (2003). Predictors of posttraumatic stress disorder and symptoms in adults: A meta-analysis. Psychological Bulletin, 129, 52-73.

Velden, P.G. van der, Kleber, R.J., Christiaanse, B., Gersons, B.P.R,., Marcelissen, F.G.H., Drogendijk, A.N., Grievink, L., Olff, M., & Meewisse, M.L. (2006). The independent predictive value of peritraumatic dissociation for postdisaster intrusions, avoidance reactions, and PTSD symptom severity: A 4-year prospective study. Journal of Traumatic Stress, 19, 493-506.