Jaargang 26 (2006)
Nummer: 03
Artikel: 201

Welkom bij het derde nummer.

Er zijn maar weinig mensen die het colofon steeds bekijken. Gelijk hebben ze. Er verandert maar zelden iets. Deze keer wel. Jean-Pierre van de Ven heeft zes jaar het eindredacteurschap vervuld en ons nu verlaten. In die tijd heeft hij vele aanmoedigende brieven aan auteurs geschreven en veel bijgedragen aan de kwaliteit van de manuscripten. Wij danken hem voor de samenwerking en voor het werk dat hij heeft verzet. Het zou mij niet verbazen als hij nu de tijd vond om zich naar de andere kant van het proces te begeven en zelf artikelen voor Dth te schrijven. Wij hopen hem binnenkort als auteur te mogen verwelkomen.

Bij een vertrek hoort een binnenkomer. In dit geval gaat het om Marcelino Lopez Knol. Hij is een jonge afgestudeerde klinisch psycholoog, met een bijzondere verbondenheid aan Milton Ericksons denkbeelden. Hij is een ervaren schrijver, (eind)redacteur van maar liefst vijf tijdschriften op het gebied van snowboarden, skiën en wind- en kitesurfen. Dat laatste is een sport die volgens gewone mensen vreselijk gevaarlijk is, maar die wel steeds populairder is geworden. Hij blinkt erin uit. Laten we hopen dat hij het niet te dol maakt en nog lang in goede gezondheid zijn bijdrage aan Dth mag leveren. Welkom.

Het is een veelgehoorde verzuchting: mensen die er een persoonlijkheidsstoornis op na houden knappen veel minder op door een behandeling voor as-1-problematiek dan degenen zonder persoonlijkheidsproblematiek. ‘Logisch’ denkt u waarschijnlijk. Niets daarvan. Volgens ons vroegere redactielid Marcel van den Hout en zijn medeauteurs Chantal Brouwers en Jacques Oomen is dit een misverstand. Zij menen bewezen te hebben dat mensen met en zonder persoonlijkheidsstoornissen even veel profijt hebben van behandelingen op as-1-gebied, maar de eerstgenoemde hebben die as-1-stoornissen in ernstigere mate. Na afloop blijven zij dus zitten met meer stoornis, ook al gaan zij evenveel vooruit.

Marlies
Marissen en Ingmar Franken beschrijven een experiment met cue exposure bij heroïneverslaafden. Ook hier zijn de bevindingen onverwacht. De verslaafden in de experimentele conditie doen het minder goed dan de controlegroep. De auteurs geven diverse verklaringen. Oordeelt u zelf wat u ervan vindt. Mocht u nog meer van dit interessante onderzoek willen weten, dan verwijzen de auteurs u naar de dissertatie van de eerste auteur.

Hoewel nogal wat mensen beweren dat burn-out niet bestaat, voelen veel mensen zich wel afgebrand. En er zijn behandelingen voor. In het vorige nummer publiceerden Verbraak c.s. een follow-uponderzoek bij een steekproef van personen die aan een cognitieve gedragstherapie hadden deelgenomen. Jos Verstraten, Alfred Lange en Eva Lith doen in dit nummer verslag van een follow-up na anderhalf jaar bij personen die aan een kortdurende behandeling voor burn-out via het internet hadden deelgenomen. Praktisch allen die de behandeling hadden ondergaan, waren bereid aan het onderzoek deel te nemen. De resultaten waren bemoedigend. Geen terugval, eerder verdere vermindering van klachten.

Rita van Royen en Arjan Videler vinden dat de gangbare behandelmethoden voor persoonlijkheidsstoornissen niet geschikt zijn voor ouderen. Bevatten te veel cognitieve rompslomp. Daarom zoeken zij bij ouderen het therapeutisch heil in het veranderen van bekrachtigingspatronen. Men kan zich afvragen of daarvoor weer een nieuw label nodig is. Wat dat betreft doen de auteurs mee aan de trend om elke therapeutische variant als een nieuwe therapievorm te beschrijven. Voor ons hoeft dat niet zo. De twee gevalsbeschrijvingen (73-jarige man met dwangmatige persoonlijkheidsstoornis en een theatrale vrouw van bijna dezelfde leeftijd) illustreren hun aanpak echter heel duidelijk.

In de rubriek ‘Misverstanden’ veegt Marc Verbraak de vloer aan met de gedachte dat resultaten van gecontroleerde studies niet bruikbaar zijn voor de klinische praktijk.

Dirk de Wachter laat in de rubriek ‘Notities uit de praktijk’ zien hoe contraproductief de diagnose dissociatieve identiteitsstoornis kan zijn. Een kalme probleemoplossende benadering blijkt voor een vrouw met chronische ernstige psychiatrische klachten de betere benadering.

We eindigen met twee boekbesprekingen.

Wij wensen u veel plezier met dit nummer en hopen velen van u op 27 oktober te kunnen begroeten bij het congres in Kortenberg.