Jaargang 26 (2006)
Nummer: 2
Artikel: 190

Aanmelding en behandelcontract

Een advocaat meldt het echtpaar Roelofs aan. Hij had mevrouw eenmaal gezien om een mogelijke scheiding te bespreken. Er is een hevige crisis. De vrouw is erachter gekomen dat haar man sinds enige tijd ‘contacten’ heeft met een andere vrouw, een collega. Voordat zij met advocaten verder gaan, willen zij laten bekijken of er nog wat aan het huwelijk is te doen. Een verstandige vraagstelling.

Tijdens de intake verzekert meneer dat de affaire met de andere vrouw voorbij is. Mevrouw gelooft hem schoorvoetend. Zij zal tijd nodig hebben om weer vertrouwen in hem te kunnen krijgen. Ze wil dat wel gaan proberen. Ze zijn beiden bereid het gebeurde te verwerken, een plek te geven en er afscheid van te nemen. Er zal gezocht worden naar intimiteitbevorderende activiteiten. Seksualiteit staat hierin niet voorop. Over het overspel van weleer zullen ze niet praten. In deze periode zullen wel conflictgebieden aan de orde komen, zoals de verdeling van taken in huis. Mevrouw vindt dat haar man zich onttrekt aan huiselijke taken. Alles komt op haar neer, inclusief de opvoeding van de drie kinderen.

De behandeling en de ontwikkeling van het dilemma

De therapeut is na het eerste gesprek tevreden met wat hij heeft bereikt, de cliënten zijn dat ook. Ze gaan na de intake en de gemaakte afspraken opgelucht weg. Ze hoeven niet uit elkaar. Niettemin komen ze een maand later gespannen binnen. Mevrouw barst meteen los. Zij heeft weer een telefoontje onderschept. Meneer heeft ‘die ander’ weer gezien. Volgens hem om het nu definitief uit te maken. De therapeut probeert hen in wat constructiever vaarwater te krijgen en vraagt mevrouw of zij nog vragen aan haar man heeft. Ja, zij wil weten of hij nog iets met haar (die ander) heeft en of zij nu weer seks hebben gehad. De therapeut vraagt mevrouw of zij het antwoord van haar man zal accepteren. Ja, dat zal zij. Het antwoord luidt: geen seks (wel aangeraakt) en de relatie is over en uit. Geen contact meer. Mevrouw is tevreden met het antwoord (de therapeut heeft zo zijn twijfels, die hij niet met hen deelt). Wel zegt hij tegen mevrouw dat hij, als hij op haar plaats had gezeten, had willen weten of haar man nog van haar (zijn echtgenote) hield. Mevrouw Roelofs vindt dit een goede vraag. Meneer bevestigt meteen: Ja, ik hou nog van je. Zij ook van hem. Opnieuw reden tot opluchting.

De volgende zittingen geven steeds hetzelfde beeld. Mevrouw – die bepaald niet ziekelijk jaloers is – doet enorm haar best, maar is toch met recht wantrouwig, omdat er steeds opnieuw signalen opduiken dat er nog wel het een en ander aan de hand is. Die worden iedere keer door meneer ‘verklaard’ in termen van ‘een laatste ontmoeting’, ‘goed afronden’ en dergelijke. De therapeut twijfelt zelf ook nog steeds aan het waarheidsgehalte van meneers uitspraken, maar hij besluit om dat niet te uiten. Het ligt niet op zijn weg om mevrouw achterdochtiger te maken dan zij begrijpelijkerwijs al is. Als zij haar man steeds met haar achterdocht zou confronteren zou er een proces van ‘self-destructive prophecy’ op gang komen. De kans dat het huwelijk zich herstelt, wordt dan miniem. En herstel is wel waarvoor zij zijn gekomen. Bovendien is duidelijk dat er genoeg positiefs is om dit huwelijk niet te laten stranden. De therapeut hoopt dat de tijd in hun voordeel gaat werken, als zij zich richten op de positieve kanten in hun relatie in plaats van op de achterdocht. Mochten er nog contacten zijn met de andere vrouw, dan is er de kans dat meneer daar vanzelf mee stopt.

Het dilemma

Het wordt voor de therapeut lastig als hij bij toeval van een collega die de ‘derde’ blijkt te kennen, hoort dat er nog wel degelijk contacten zijn, in de vorm van telefoontjes en brieven. Hij heeft nu de volgende serieuze opties:

  • De informatie met de cliënten delen, omwille van zijn transparantie ten opzichte van hen.
  • Meneer uitnodigen voor een apart gesprek om hem te vertellen wat hij weet, in de hoop dat meneer zijn vrouw zal inlichten.
  • De informatie van de collega niet in de behandeling betrekken.

De therapeut zou het liefste optie-a kiezen. Hij houdt er niet van om informatie achter te houden. Maar er kleven serieuze bezwaren aan. Om te beginnen is hij niet zeker van het waarheidsgehalte. Het is niet zeker dat de derde wel de waarheid heeft gesproken tegenover de collega. En zelfs al zou dat wel zeker zijn, het is moeilijk goed te praten als hij meneer Roelofs in een moeilijk parket brengt door hem in bijzijn van zijn vrouw met deze informatie te confronteren. Hij is een behandelaar, geen openbare aanklager. Optie-b heeft wat dat laatste betreft voordelen. Maar als mijnheer zijn vrouw daarna niet zou inlichten, moet de therapeut de behandeling staken of zelf alsnog mevrouw op de hoogte stellen. In dat geval was optie-a nog beter geweest. De therapeut kiest dus uiteindelijk voor optie-c. Hij meent dat hij zijn cliënten de beste kansen geeft, als hij de strategie blijft volgen waarin de kans op negatieve spiraalprocessen zo klein mogelijk wordt gehouden. In deze strategie past het niet om het paar te confronteren met de informatie die hij van zijn collega heeft.

So far so good. Het gaat goed met de cliënten. Van scheiding is geen sprake.

Enkele maanden later

Mevrouw belt de therapeut op. Deze keer heeft ze een sms onderschept. Er is dus toch nog wat aan de hand. Ze wil de therapeut zien zonder haar man. Hij gaat hiermee akkoord. Haar man blijkt geen behoefte aan een gesprek te hebben. Tijdens dit gesprek toont mevrouw zich krachtig. Zij gelooft haar man, die zegt dat deze sms niets te betekenen heeft. Veel belangrijker is echter dat zij de laatste maanden is veranderd. Het kan haar niet meer zoveel schelen of haar man af en toe dingen verzwijgt. Niet uit onverschilligheid, maar omdat zij zich wil concentreren op wat er tussen hen aan goeds is en zij niet wil leven als een achterdochtige, jaloerse echtgenote. De afgelopen maanden hebben haar hierin geholpen en de zekerheid gegeven dat dit gaat lukken. Ze voelt zich sterk. De therapeut is blij voor haar en tevreden dat hij indertijd optie-c heeft gekozen. Hij vermoedt dat als het toen was blootgelegd, mevrouw nog niet de stap had kunnen maken die zij nu wel kon maken. Ook nu vertelt hij niet over zijn collega. Dit is nog een mini-dilemma.

Nawoord

Toen wij besloten hadden dit stukje te schrijven, was het laatste gesprek met mevrouw nog niet aan de orde. Misschien was het dilemma dan nog wel spannender geweest. Nu lijkt het alsof de tijd heeft laten zien dat het de goede keus was. Wij denken dat ook wel, maar het is niet zeker. Wij zouden de lezers graag over een jaar willen informeren over de langetermijnafloop.