Jaargang 32 (2012)
Nummer: 4
Artikel: 7

Pictogram

DT-32-4-7.pdf 483.85 KB 169 downloads

Does one size fit all? ...

Waarom dit onderzoek?

De onderzoeksliteratuur over voorspellers van uitval en effectiviteit van behandelingen voor de posttraumatische stressstoornis (PTSS) is relatief schaars en weinig consistent. De enige min of meer consistente bevinding is dat PTSS-cliënten die voor behandeling meer klachten hebben, ook na behandeling meer klachten hebben. In de praktijk zullen behandelaars het (ontbreken van) behandelsucces regelmatig toeschrijven aan persoonlijkheidskenmerken van de cliënt (cliënt kwam bijvoorbeeld regelmatig niet opdagen of ging slordig om met huiswerkopdrachten, lees: cliënt is weinig consciëntieus). Ook de onderzoeksliteratuur over persoonlijkheidskenmerken als voorspellers van uitval en effectiviteit van PTSS-behandelingen is echter schaars en weinig consistent.

Onderzoeksvraag

Zijn Big Five persoonlijkheidstrekken (neuroticisme, extraversie, openheid, altruïsme, consciëntieusheid) moderatoren van de uitval en effectiviteit van PTSS-behandelingen?

Hoe werd dit onderzocht?

123 PTSS-cliënten vulden een Big Five persoonlijkheidsvragenlijst in (NEO-Five Factor Inventory) en ontvingen vervolgens een traumagerichte cognitieve gedragstherapie, een schrijftherapie, of geen therapie (Van Emmerik, Kamphuis & Emmelkamp, 2008). De aanwezigheid van een PTSS-diagnose werd voor en na de behandelingen of wachtlijst vastgesteld met een gestructureerd interview (SCID-I/P). De ernst van de klachten werd gemeten met een zelfrapportage vragenlijst (Schokverwerkingslijst).

Belangrijkste resultaten

Geen van de Big Five persoonlijkheidstrekken hing samen met de uitval of effectiviteit van de behandelingen. Uitzondering was de persoonlijkheidstrek openheid: PTSS-cliënten die hoger scoorden op openheid, rapporteerden na de behandelingen een grotere afname van de ernst van hun klachten (maar hadden niet minder vaak een PTSS-diagnose) dan PTSS-cliënten die lager scoorden op openheid. Voor de persoonlijkheidstrek consciëntieusheid werd een vergelijkbare trend gevonden. Ook in dit onderzoek hing de effectiviteit van de behandelingen samen met de ernst van de klachten voor de behandeling. De ernst van deze klachten was bovendien een sterkere voorspeller van de effectiviteit dan de score op openheid.

Consequenties voor de praktijk

Behandelaars van PTSS-cliënten doen er goed aan alert te zijn op lage scores op openheid en mogelijk ook consciëntieusheid, omdat deze persoonlijkheidstrekken de effectiviteit van de behandeling negatief kunnen beïnvloeden. Omgekeerd voorspellen hoge scores op deze persoonlijkheidstrekken een gunstig behandelresultaat. De sterkte van de verbanden tussen openheid, consciëntieusheid en behandeleffectiviteit was echter gering, en lage scores op deze en andere Big Five persoonlijkheidstrekken geven geen aanleiding om PTSS-cliënten behandeling te onthouden.

Referenties

Emmerik, A.A.P. van, Kamphuis, J.H. & Emmelkamp, P.M.G. (2008). Treating acute stress disorder and posttraumatic stress disorder with cognitive behavioral therapy or structured writing therapy: A randomized controlled trial. Psychotherapy & Psychosomatics, 77, 93-100.

Emmerik, A.A.P. van, Kamphuis, J.H., Noordhof, A. & Emmelkamp, P.M.G. (2011). Catch me if you can: Do the five-factor model personality traits moderate dropout and acute treatment response in post-traumatic stress disorder patients? Psychotherapy & Psychosomatics, 80, 386-388.

Pictogram

DT-32-4-7.pdf 483.85 KB 169 downloads

Does one size fit all? ...