Jaargang 23 (2003)
Nummer: 04
Artikel: 371

Mac Gillavry, D.H.D. (2002). Scheidingsbemiddeling. Over techniek, strategie en attitude. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum. 141 bladzijden.

Ik kan me gelukkig nog maar weinig herinneren van mijn opleiding tot psycholoog. Ik weet dat het in Groningen was en zie vanuit de grote collegezaal nog uit over de stad. Naast wie ik altijd wilde zitten, en zij niet naast mij. De filosofiecolleges over Freud en Kierkegaard van de veel te vroeg overleden Van Raalten. Die stuurde niet oplettende (of breiende) mensen de zaal uit en praatte na twee uur gewoon door. Zei dan tegen de blijvers: ‘Eindelijk zijn we onder elkaar.’ Dat gaf een behaaglijk gevoel. Net als bij Mac Gillavry. Dat weet ik ook nog. Het project relatietherapie. Elke vrijdag de hele dag naar elkaars video’s kijken en het commentaar van Mac Gillavry op je laten inwerken, geïllustreerd met videovoorbeelden van Lange en Van de Ven. Steeds weer op een ander been gezet worden. Ontdekken dat het moeilijke eigenlijk makkelijk is en dan weer merken hoe moeilijk het is makkelijk te blijven. Iemand die op betrekkingsniveau zoveel impact heeft dat het eigenlijk niet meer uitmaakt wat er op inhoudsniveau gebeurt. Ik heb er mijn beste vrienden ontmoet, maar hoe je ook al weer bij je partner moet blijven, ben ik vergeten.

Ik overweeg wel eens een verhuisbedrijf te starten, zoveel ervaring heb ik sindsdien opgedaan met inpakken en verslepen van inboedels. Maar nu brengt Mac Gillavry me met zijn nieuwste boekje toch weer op een andere gedachte. Scheidingsbemiddelaar. Dat is het!

Het boek is vooral bestemd voor bemiddelaars en iedereen die daarbij betrokken is. Er worden in vlotte, heldere taal technieken en strategieën besproken en geïllustreerd. Maar de rode draad gaat over attitude. In totaal achttien hoofdstukken van vijf tot tien bladzijden per stuk, gesplitst in twee delen. De onderwerpen in het eerste deel lopen een beetje door elkaar heen, maar de grote lijn is toch wel dat er eerst theorie, dan technieken en fasen uit het bemiddelingsproces en ten slotte praktijkvoorbeelden aan bod komen.

In de theorie staat centraal dat scheiden iets anders is dan uit elkaar gaan. Het is een proces van herdefiniëring (meer autonomie en minder controle) van de relatie, zeker wanneer er kinderen bij betrokken zijn. Scheidingsbemiddeling gaat vooral over de emotionele en subjectieve factoren die de communicatie tijdens dit proces belemmeren. De kaders waarbinnen de bemiddeling zich afspeelt worden neergezet, evenals de grenzen van bemiddeling. Duidelijk wordt dat op sommige momenten en bij sommige mensen bemiddeling gewoon geen optie is.

Wie de vorige boeken van Mac Gillavry kent en ook op de hoogte is van het werk van Lange en Van de Ven, zal in dit boekje veel bekende informatie tegenkomen over relatievormen (complementair, symmetrisch, parallel), communicatiepatronen (inhouds- en betrekkingniveau, interpunctieproblemen, symmetrische escalatie, dwang en terugtrekgedrag) en technieken (heretiketteren, proefscheiding). Maar de herhaling is niet storend omdat het, zoals gesteld, is ingebed in een verfrissend verhaal over attitude.

De praktijkvoorbeelden zijn heel mooi om te lezen. Alsof je naar video zit te kijken. Ook sterk is dat Mac Gillavry laat zien hoe hij zelf in de valkuil loopt waarvoor hij zo nadrukkelijk waarschuwde (bij dwang en terugtrekgedrag).

In het tweede deel geeft de auteur aanvullende informatie (bijvoorbeeld de rechter als bemiddelaar en ruziemodellen bij zakelijke conflicten) en legt hij alternatieve werkwijzen uit (vooral van Haynes en Fong). Wat mij betreft komt het onderscheid in twee delen wat gekunsteld over en had het tweede deel beter in het geheel verwerkt kunnen worden. Dit is een puntje van kritiek.

Ook jammer vind ik dat de auteur de termen ‘overdracht’ en ‘tegenoverdracht’ gebruikt. Dat is sowieso ouderwets, maar past al helemaal niet in de context van dit boek. Gelukkig maakt hij het goed door de rol van de bemiddelaar te vergelijken met die van de skileraar. Dan begrijp ik het weer.

Ik moest bij het lezen regelmatig aan het thema uit de serie ‘30 minuten’ van Arjan Ederveen denken. ‘Ik weet dat er wat is, maar ik weet niet wat het is.’ Er staan zinnen in dit boekje waarvan je denkt: zo is het, zo is het precies, maar als je erover nadenkt, weet je toch niet precies wat je nou bedoelt:

‘Bemiddelen is functioneel manipuleren en afzien van het gevecht om de macht’ (blz. 17);

‘Onoplosbare problemen zijn problemen die niet om een oplossing vragen’ (komt herhaaldelijk terug);

‘Hoe groter de kloof hoe mooier de brug als die er ooit komt’ (blz. 26);

‘De bemiddelaar dient de indruk te wekken dat het hem niet zozeer gaat om de vraag of ze eruit komen, maar om de vraag of beider belangen optimaal gediend worden’ (blz. 69).

Deze zinnen hebben betrekking op een attitude gekenmerkt door de durf vanuit het conflictmodel te werken, impasses te creëren of te vergroten, en te vertrouwen op het gezonde deel van cliënten waarvanuit door henzelf oplossingen worden aangedragen. Het meest creatieve moment ontstaat als het ‘wat-nu’-gevoel toeslaat (blz. 18)!

Zo is dit boek, naast een inspiratiebron voor scheidingsbemiddelaars, vooral een goed medicijn tegen het hulpverlenersyndroom op basis waarvan de therapeut in harmonie wil werken, vaak zelf het werk doet en veel inspanning levert om impasses te vermijden en kloven te dichten.

De doelgroep moet wat mij betreft dan ook worden uitgebreid tot alle professionele hulpverleners die volgens zichzelf of hun partners en kinderen vaak te moe van hun werk thuiskomen!

Martin Appelo