Jaargang 36 (2016)
Nummer: 4
Artikel: 3

In 1981 verscheen het eerste nummer van het tijdschrift Dth met Kees van der Velden als eindredacteur. Er waren toen onder zijn redacteurschap reeds twee boekdelen Directieve therapie verschenen en er zouden er nog twee volgen. In die beginjaren was Directieve Therapie een nieuw en zeer origineel geluid tussen de traditionele scholen van de Nederlandse psychotherapie. De bijdragen van Kees aan die publicaties werden gekenmerkt door een grote vakkennis en eruditie, een zeer fraaie stijl en soms een humoristische benadering, die ook op regelrechte satire kon uitdraaien. Wat betreft vakkennis deed hij niet onder voor zijn academisch opgeleide mederedacteuren. Zijn eruditie was niet beperkt tot de psychiatrie, want hij beschikte over een parate en gedegen kennis van literatuur, muziek, geschiedenis en vooral beeldende kunst. Zelf was hij een origineel tekenaar en schilder, die meestal in een bewust naïeve of cartooneske stijl werkte. Een sprekend voorbeeld treft men aan in het groepsportret op de kaft van de selectie van eerdere publicaties over directieve therapie die in 2010 verscheen. Vormend voor zijn liefde voor kunst waren zijn contacten met Jos de Gruyter, voormalig directeur van het Groninger Museum en hoofdconservator van het Gemeentemuseum in Den Haag, die door Kees werd aangeduid als zijn ‘geestelijk vader’.

Naast zijn bezigheden als auteur en redacteur werkte hij als behandelaar voor Riagg/RNO te Rotterdam. Hij was een zeer bedreven clinicus, die in de patiëntenzorg even eigenzinnig was als in zijn publicaties. Kees had een grote voorkeur voor ‘moeilijke mensen’, aan wie hij genereus zijn tijd en klinisch vernuft beschikbaar stelde.

Inmiddels is het gedachtegoed van Dth breed geaccepteerd. Verschillende leden van ‘de jongensclub’, zoals Harry Rooijmans de redactie typeerde, hebben een academische carrière opgebouwd. Hoewel hij van het stel zeker niet de minste was, is Kees altijd ‘maatschappelijk werkster’ gebleven, de benaming die hij als geuzennaam hanteerde. Dit had te maken met zijn rebelse afkeer van het behalen van certificaten en briefjes. Hij vertikte het om cursussen te volgen over materie die hij zichzelf allang had eigen gemaakt. Hij kreeg niettemin erkenning, want verschillende universiteiten en opleidingen vroegen hem als supervisor en docent.

Deze getalenteerde rebel leefde niet voortdurend in harmonie. Zijn kritische instelling, in combinatie met een drankgebruik dat in sommige periodes wel erg royaal was, leidde ertoe dat in verschillende vriendschappen kortere of langere tijd verkoeling ontstond. Dit probleem heeft hij overwonnen.

Het was een toevalsbevinding toen er bij hem een gemetastaseerd longcarcinoom werd vastgesteld. Kees vond het niet zo’n probleem om dood te gaan, en dat was geen grootspraak. Als Socrates troostte hij anderen, en bleef hij tot kort voor zijn overlijden plagen en ironiseren. Zijn zorgen golden zijn zoon Daniël en kleindochter Vesper. Of hij de zaken wel goed had achtergelaten voor Daan. Of Vesper, van wie hij de gitzwarte kleur en bewegingen van de wimpers tot in detail beschreef, zich hem nog wel zou herinneren.

In onze herinnering zal hij aanwezig blijven als een ongewoon getalenteerde collega en een creatieve vakman, die een scherp intellect paarde aan een authentieke motivatie als hulpverlener.