Jaargang 28 (2008)
Nummer: 04
Artikel: 251

Samenvatting

Er wordt een experimentele methode beschreven voor het behandelen van obsessies. In Competitive Memory Training (COMET) leren patiënten met behulp van een uitgewerkt stappenplan voelen wat ze al weten, namelijk dat hun obsessies niets meer zijn dan rare, maar verder betekenisloze gedachten. De theoretische achtergronden van COMET worden uiteengezet en het protocol wordt beschreven. De toepassing van COMET wordt geïllustreerd aan de hand van enkele behandelingen. In de discussie wordt onder meer gesuggereerd dat COMET met name een goede aanvulling op exposure met responspreventie zou kunnen zijn voor het behandelen van obsessies met een vooral ‘referentieel karakter’. Dat wil zeggen dat de obsessie niet zozeer een concrete negatieve gebeurtenis voorspelt, maar dat deze veeleer een intrinsieke negatieve betekenis genereert.

Summary

An experimental method for treating obsessions is described. In Competitive Memory Training (COMET) patients learn to feel what they already know, i.e. that their obsessions are nothing but weird though meaningless thoughts. The theoretical background of COMET is clarified and the protocol is fully described. The practice of COMET is illustrated by three cases. In the final discussion it is suggested that COMET might be a welcome addition to exposure with response prevention in the treatment of obsessions of a ‘referential nature’. This implies that the obsession does not predict a real uncoming negative event, but rather that it generates a negative connotation.

Referenties

Arts, W., Hoogduin, K., Schaap, C., & Haan, E. de (1993). Do patients suffering from obsessions alone differ from other obsessive-compulsives? Behaviour Research & Therapy, 31, 366-377.

Beck, A.T., Epstein, N., Brown, G., & Steer, R.A. (1988). An inventory for measuring clinical anxiety: Psychometric properties. Journal of Consulting & Clinical Psychology, 56, 893-897.

Beck, A.T., Ward, C.H., Mendelson, M., Mock, J.E., & Erbaugh, J. (1961). An inventory for measuring depression. Archives of General Psychiatry, 18, 561-571.

Brewin, C.R. (2006). Understanding cognitive behaviour therapy: a retrieval competition account. Behaviour Research & Therapy, 44, 765-784.

Camras, L.A., Holland, E.A., & Patterson, M.J. (1993). Facial expression. In: M. Lewis & J. M. Haviland (eds.), Handbook of emotions. New York: The Guilford Press.

Craske, M.G. (1999). Anxiety Disorders. Psychological approaches to theory and treatment. Boulder (Colorado): Westview Press.

Emmelkamp, P.M.G., Oppen, P. van, & Balkom, A. van (2002). Cognitive changes in patients with obsessive-compulsive rituals treated with exposure in vivo and response prevention. In: R.O. Frost & G. Steketee (eds.), Cognitive Approaches to obsessions and compulsions: Theory, assessment, and treatment. Oxford: Elsevier Press.

Freeston, M.H., Ladouceur, R., Gagnon, F., Thibodeau, N., Rheaume, J., Letarte, H., Bujold, A. (1997). Cognitive-behavioral treatment of obsessive thoughts: A controlled study. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 65, 405-413.

Gaag, M. van der, & Korrelboom, C.W. (2006). Competitive Memory Therapy (COMET) bij auditieve hallucinaties. In: M. van der Gaag, F. Withaar & C.J. Slooff (red.), Cognitieve gedragstherapeutische behandelingen bij mensen met een psychose. Den Haag: Kenniscentrum Schizofrenie Nederland.

Goodman, W.K., Price, L.H., Rasmussen, S.A., Mazure, C., Fleischmann, R.L., Hill, C.L., Heninger, G.R., & Charney, D.S. (1989). The Yale-Brown Obsessive-Compulsive Scale. I. Development, use and reliability. Archives of General Psychiatry, 46, 1006-1011.

Hout, M. van den (1996). Exposure: hoe en waarom het werkt. Directieve Therapie, 16, 308-316.

Korrelboom, C.W. (2000). Versterking van het zelfbeeld bij patiënten met persoonlijkheidspathologie: ‘hot cognitions’ versus ‘cold cognitions’. Directieve therapie, 20, 282-302.

Korrelboom, C.W., & Broeke, E. ten (2004). Geïntegreerde cognitieve gedragstherapie. Handboek voor theorie en praktijk. Bussum: Coutinho.

Korrelboom, K., Gaag, M. van der, Hendriks, VM., Huijbrechts, I., & Berretty, E.W. (2008). Treating Obsessions With Competitive Memory Training: A Pilot Study. The Behavior Therapist, 31, 29-36.

Korrelboom, C.W., Visser, S., & Broeke, E. ten. (2004). Gegeneraliseerde angststoornis: wat is het en wat kun je ertegen doen? Directieve Therapie, 24, 276-295.

Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ (2003). Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen. Richtlijn voor de diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen cliënten met een angststoornis. Utrecht: Trimbos-instituut.

Lang, P.J. (1985). The cognitive psychophysiology of emotion: Fear and anxiety. In: A. H. Tuma & J. Maser (eds.), Anxiety and the anxiety disorders. Hillsdale (N.J.): Lawrence Erlbaum.

Lange, A., Richard, R., Gest, A., Vries, M. de, & Lodder, L. (1998). The effects of positive selfinstruction: A controlled trial. Cognitive Therapy & Research, 22, 225-236.

Mataix-Cols, D. (2006). Deconstructing obsessive-compulsive disorder: a multidimensional perspective. Current Opinion in Psychiatry, 19, 84-89.

Olij, R.J.B., Korrelboom C.W., Huijbrechts, I.P.A.M., Jong, M. de, Cloin, P.A., Maarsingh, M., & Paumen, B.N.W. (2006). De module zelfbeeld in een groep: werkwijze en eerste bevindingen. Directieve Therapie, 26, 307-325.

Oppen, P. van, Haan, E. de, Balkom, A.J.L.M. van, Spinhoven, P., Hoogduin, C.A.L., & Dyck, R. van (1995). Cognitive therapy and exposure in vivo in the treatment of obsessive-compulsive disorder. Behaviour Research & Therapy, 33, 379-390.

Rachman, S. (1998). A Cognitive theory of obsessions; Elaborations. Behaviour Research & Therapy, 36, 385-401.

Salkovskis, P.M., Hackmann, A., Wells, A., Gelder, M.G., & Clark, D.M. (2006). Belief disconfirmation versus habituation approaches to situational exposure in panic disorder with agoraphobia: a pilot study. Behaviour Research & Therapy, 45, 877-885.

Schnall, S., & Laird, J.D. (2003). Keep smiling: Enduring effects of facial expressions and postures on emotional experience and memory. Cognition & Emotion, 17, 787-797.

Segal, Z.V., Gemar, M., & Williams, S. (1999). Differential cognitive response to a mood challenge following successful cognitive therapy or pharmacotherapy for depression. Journal of Abnormal Psychology, 108, 3-10.

Stanley, M.A., & Averill, P.M. (1998). Psychosocial treatments for obsessive-compulsive disorder: clinical applications. In: R.P. Swinson, M.M. Antony, S. Rachman & M.A. Richter (eds.), Obsessive-compulsive disorder. Theory, research, and treatment. New York: The Guilford Press.

Steketee, G.S. (1993). Treatment of obsessive compulsive disorder. New York: The Guilford Press.

Wilhelm, S., & Steketee, G.S. (2006). Cognitive therapy for obsessive-compulsive disorder. A guide for professionals. Oakland: New Harbinger Publications, Inc.