Jaargang 24 (2004)
Nummer: 02
Artikel: 164

Gaag, M. van der, Appelo, M.T., & Hoogduin, C.A.L. (red.) (2003). De psychologische behandeling van psychosen: richtlijnen, valkuilen en omwegen. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.

In 2003 verscheen bij Cure & Care Development dit bescheiden boekje over de psychologische behandeling van psychosen. Bescheiden in omvang: 95 bladzijden. En bescheiden in pretentie. ‘Misschien zult u met de beschreven interventies maar af en toe een patiënt van dienst kunnen zijn. In dat geval heeft het boek in onze ogen zijn waarde al bewezen’, zet Kees Hoogduin in zijn Ten Geleide de toon.

Er volgen acht hoofdstukken. In elk daarvan is minstens een van de drie redacteuren (mede)auteur. In het eerste hoofdstuk bespreekt Mark van der Gaag de mogelijkheden van cognitieve therapie bij psychose. Cognitieve therapie helpt. Vaak. Een beetje. En het geeft voldoening aan de behandelaar. Therapeuten die jarenlang ‘tot aan hun liezen’ in de behandeling van psychosen hebben gestaan, behouden hun vrolijke, opgewekte en optimistische houding. Cognitieve therapie moet dus ook wel goed zijn voor therapeuten, concludeert Van der Gaag.

Hoofdstuk twee gaat over de omgang met psychotische patiënten. Aan de hand van gevalsbeschrijvingen beschrijven de auteurs hoe ook psychotici vriendelijkheid, beschikbaarheid en behulpzaamheid weten te waarderen. ‘Gewoon doen’, ‘de regie uit handen durven geven’ en samen met de patiënt vooraf geregisseerde crisisregelingen opstellen zijn andere belangrijke voorwaarden voor een goede samenwerking tussen behandelaar en patiënt.

In de volgende drie hoofdstukken wordt de cognitief-gedragstherapeutische methode geïllustreerd met gevalsbeschrijvingen. Psychotische symptomatologie laat zich in veel gevallen behandelen alsof het om angstproblemen gaat. Maar dan een beetje anders, rekening houdend met de eigenaardigheden en beperkingen van psychotische patiënten. Blootstellen, uitdagen en contraconditioneren kunnen allemaal met enige kans op succes worden toegepast. In hoofdstuk zes gaat het over behandelingen die een directief stempel dragen. Directieve therapie is ook wel zo’n beetje cognitieve-gedragstherapie, maar men benadrukt toch (nog) meer de therapeutische relatie en het aansluiten bij de eigenaardigheden van de patiënt.

In hoofdstuk zeven wijst Martin Appelo op mogelijke valkuilen bij het behandelen van psychotische patiënten.

Ik heb het boek met veel plezier gelezen. Het deed mij denken aan de periode dat ik zelf nog in opleiding was. Dikwijls was ik enigszins gespannen wanneer ik een moeilijk therapiegesprek moest voeren of wanneer ik op het punt stond om met een onbekende patiënt een nieuwe behandeling te beginnen. Als voorbereiding op zulke gesprekken las ik vaak casuïstiek. Het mooiste vond ik casuïstiek met veel verbatim verslagen van therapiegesprekken. De eerste twee delen Directieve Therapie en Gedragsverandering in gezinnen waren boeken die mij daarin tegemoetkwamen. Het ging mij niet zozeer om stappenplannen en richtlijnen. Die waren er destijds nog niet zo heel veel. Nee, ik wilde zien welke ideeën de therapeut had en hoe hij deze in zijn therapieën naar voren bracht. Dat inspireerde mij. En het inspireert mij nog steeds, merk ik. De psychologische behandeling van psychosen is ook zo’n boek. Ik heb weinig ervaring met psychotische patiënten. Maar als ik dit boek lees, krijg ik er zin in.

O ja, er is ook nog een achtste hoofdstuk. ‘Total Loss’ van Appelo en Van der Gaag. Het gaat over mislukkingen en over de beperkingen van psychotherapie en van de hulpverlening aan schizofrenen in het algemeen. Het stuk relativeert en je wordt er niet vrolijk van. Niet als behandelaar en, naar ik aanneem, ook niet als schizofreen. Toch vind ik dit het mooiste hoofdstuk uit dit verder toch al zo boeiende, inspirerende en prettig geschreven boek.